Flexwerken niet meer te stoppen

DEN HAAG – 

Het ideaal van onze (groot)ouders: een vaste baan voor het leven, 40 jaar in dienst bij dezelfde baas, gedurende 40 uur per week is passé. Steeds meer mensen werken op flexibele basis, hebben gedurende hun loopbaan meerdere werkgevers of combineren een parttime job met het ondernemerschap als zzp’er.

„De overheid heeft het vaste contract uit de markt geprijsd”, zegt directeur Jurriën Koops van de ABU, de brancheorganisatie voor de uitzendsector. „Als je alle risico’s en lasten bij de werkgever neerlegt en aan één contractsvorm ophangt, is het begrijpelijk dat bedrijven op zoek gaan naar andere, meer flexibele arbeidsvormen.”

In 2004 bestond circa 16% van het personeel van Nederlandse bedrijven uit tijdelijke arbeidskrachten. Inmiddels werkt al een kwart van de mensen met een flexibel contract. Dat kan zijn als uitzendkracht, met een nuluren- of payrolcontract, als gedetacheerde of als zzp’er. Onderzoek van TNO toont aan dat in 2020 het personeelsbestand van organisaties voor 30% uit flexkrachten zal bestaan. „En dat is nog een voorzichtige schatting”, denkt Koops. „Want als deze ontwikkeling zich in het huidige tempo doorzet, is 35% waarschijnlijker.”

„Deze trend is al jaren aan de gang”, geeft de ABU-directeur toe. „Maar de economische crisis, in combinatie met de digitalisering en mondialisering van de markt, heeft dit proces de laatste vijf jaar in een enorme stroomversnelling gebracht. De concurrentie is wereldwijd zo groot – kijk maar naar wat een start-up als Uber met de Nederlandse taximarkt kan doen – dat bedrijven wel flexibel en wendbaar moeten werken om duurzaam succesvol te kunnen zijn.”

Horeca

De groei aan flexwerkers is het grootst in de horeca, die een flexibele arbeidschil van 57% heeft en waar veel met oproepcontracten wordt gewerkt, maar is zichtbaar in alle sectoren. Van de bouw, zorg en het onderwijs tot de ict en financiële dienstverlening. Alleen de industrie werkt met een beperkte flexschil. Dit komt omdat het werk in deze sector veelal complex is, waardoor een langere inwerktijd nodig is en binding met het bedrijf belangrijk wordt geacht.

Opvallend is dat waar vroeger uitzendkrachten vooral werden ingezet op piekmomenten – denk aan vakantiewerk en seizoensarbeid – of om het ziekteverlof van het vaste personeel op te vangen, flexwerkers anno 2014 steeds vaker worden ingehuurd voor hun specialistische kennis. Strategische personeelsplanning noemen bedrijven dat. Hiermee wordt bedoeld dat zij alleen personeel inhuren op momenten dat het nodig is en dat de professional ook echt waarde toevoegt (lees: geld oplevert) voor de organisatie.

Dynamischer

Het is niet alleen het arbeidscontract dat anders en flexibeler is geworden. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven en organisaties over de gehele linie dynamischer zijn geworden. Werkuren en -processen worden flexibeler, de inzetbaarheid van mensen wordt breder en de houding van het personeel wordt losser. Werknemers en werkgevers zijn minder loyaal naar elkaar.

Volgens SER-voorzitter Wiebe Draijer is deze toename van flexibiliteit op de arbeidsmarkt niet te stoppen. „De beweging is onomkeerbaar”, stelt hij. „Meer flexarbeid hoeft echter geen probleem te zijn, maar dan moeten we wel een aantal vernieuwende instituten creëren, bijvoorbeeld op het gebied van pensioenopbouw, scholing en hypotheekverstrekking. Zodat ook mensen die gedurende hun werkzame leven een flink aantal verschillende werkgevers hebben toch kunnen profiteren van ons sociale stelsel, een goed pensioen kunnen opbouwen of een eigen huis kopen.”

Koops en Draijer pleiten ervoor het sociale stelsel de komende jaren aan te passen aan de veranderende arbeidsmarkt. „Dit onderwerp dient hoog op de hervormingsagenda van het volgende kabinet te komen”, zegt Koops. „De Wet Werk en Zekerheid van minister Asscher van Sociale Zaken is pas de eerste stap. Er moeten nog veel meer stappen genomen worden.”

Sociale stelsel

De uitzendbranche denkt inmiddels hard mee aan oplossingen voor het probleem dat het Nederlands sociale stelsel en de arbeidsmarkt de laatste jaren uiteen zijn gegroeid. Zo is Randstad, de grootste uitzendorganisatie in ons land, in december vorig jaar een proef aangegaan met hypotheekverstrekker Obvion (een dochter van Rabobank) en Vereniging Eigen Huis om flexwerkers eenvoudiger aan een hypothecaire lening te helpen.

Randstad toetst werknemers met een tijdelijk contract op hun kansen op de arbeidsmarkt, mobiliteit en bereidheid te investeren in opleiding. Wie aan de voorwaarden voldoet, krijgt een zogeheten perspectiefverklaring. Obvion heeft beloofd dat huizenkopers die deze perspectiefverklaring kunnen overleggen op dezelfde wijze worden behandeld als mensen die een vast contract en dus de verplichte werkgeversverklaring hebben.

„Werknemers hebben behoefte aan zekerheid en flex in de huidige vorm biedt die niet”, ziet ook Pieter Molijn van detacheringsbedrijf Molijn Professionals in de praktijk. Hij gelooft als een van de weinige werkgevers nog wel in een vast contract. „Ik neem professionals in dienst, die ik bij diverse opdrachtgevers in kan zetten.”

In zijn ogen heeft dit model waarbij ondernemers het werkgeverschap uitbesteden aan andere, commerciële partijen de toekomst. „Zij kunnen dan puur ondernemen en wij zorgen voor het personeel. In mijn ogen zou ook van uitkeringsinstantie UWV een commercieel bedrijf gemaakt moeten worden. Zij doen dan in ’mensen’ en zorgen ervoor dat de werknemers die zij vertegenwoordigen goed inzetbaar zijn en blijven voor de arbeidsmarkt, mede dankzij goede bij-, om- en herscholingsmogelijkheden.”

Fatsoenlijke flex, dat is ook het ideaal van minister Asscher en Koops. „Pensioenvoorzieningen, scholingsbudgetten en sociale zekerheid, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsongeschiktheid, moeten voor iedereen toegankelijk zijn. De overheid en werkgevers hebben geen baat bij een tweedeling op de arbeidsmarkt van haves en have nots. Dat is niet goed voor de economie. En we hebben eerst en vooral robuuste groei nodig om meer banen te creëren.”

Bron: De Telegraaf

Sorry, the comment form is closed at this time.